De afgelopen periode is een van de moeilijkste periodes in mijn leven. Ik heb nog nooit zo’n intens verdriet gevoeld als nu. Het komt in golven. Soms word ik er volledig door overspoeld. Alsof ik geen adem meer krijg en mijn hele lichaam ervan schokt. Alsof ik steeds opnieuw in een zwart gat val en niet weet hoe ik daar weer uit moet komen.
Het verlies van mijn hond, op veel te jonge leeftijd, raakt zoveel lagen. Ik wist dat ik het moeilijk zou krijgen als hij er niet meer zou zijn. Maar hoe groot dit verdriet zou worden, had ik niet kunnen bevatten. Misschien wilde ik daar ook simpelweg niet aan denken.
Mijn liefde voor hem was enorm. En de liefde die ik van hem terugkreeg net zo. Onvoorwaardelijk. Zonder oordeel. Zonder voorwaarden.
Hij was er.
Voor mij en met mij.
Waar ik was, was hij. Gekscherend zei ik weleens dat hij mijn navelstreng was. Hij hoorde bij mij en ik bij hem. Niet omdat dat moest, maar omdat het zo gegroeid was. Omdat er tussen ons zo’n diepe verbondenheid was ontstaan.
Hij was veel ziek. Eigenlijk was hij vanaf zijn puppytijd nooit echt gezond. Er was altijd wel iets. Toch was hij vrolijk. Hij genoot. Hij was mijn blije ei. En zolang hij bleef genieten, blijf ik hopen. Ik zocht naar manieren om hem te helpen, om het beter te maken, oorzaken te vinden, zijn gezondheid onder controle te krijgen, alles om hem nog niet los te hoeven laten.
Maar er komt een moment waarop je moet erkennen dat zijn lichaam niet meer kan.
En dan moet je als baasje de beslissing nemen waar je als mens alles voor over zou hebben om die nooit te hoeven maken.
Je moet degene van wie je zielsveel houdt laten gaan.
Hij was pas vier.
Ik heb deze periode letterlijk hartpijn. Er zit een gat waar hij zat en dat gat doet pijn. Onbeschrijfelijk veel pijn.
Ik zie hem overal.
Ik voel hem overal.
In huis. In mijn dag. In alle kleine dingen die zo vanzelfsprekend waren en dat ineens niet meer zijn. Zijn plek. Zijn spullen. De momenten waarop ik automatisch naar hem zoek.
En dan is er mijn schuldgevoel.
Ik zie zijn ogen voor me. Hij kon niet begrijpen wat er gebeurde. Tijdens het inslapen verzette hij zich. Dat beeld staat op mijn netvlies en doet verschrikkelijk veel pijn.
Bij mijn vorige hond was het anders. Zij viel rustig in slaap. Hoe verdrietig ik ook was, ik kon haar op dat moment rustig laten gaan.
Nu voelde het niet zo.
Nu voelde het alsof ik hem iets aandeed wat hij niet begreep.
En toch weet ik dat we hem hebben laten gaan uit liefde. Juist uit liefde. Omdat doorgaan voor ons niet meer betekende dat hij een goed leven had.
Weten dat je de juiste beslissing hebt genomen, betekent alleen niet dat het geen verschrikkelijke beslissing was.
Fuck, wat doet dit pijn.
Hij deed niks verkeerd.
Helemaal niks.
Hij hoefde niet anders te zijn. Hij hoefde niet beter zijn best te doen. Hij had alleen een lichaam dat hem steeds meer in de steek liet. De energie verdween langzaam uit hem. Hij werd zieker, kwetsbaarder, leger.
Maar voor mij bleef hij mijn blije ei.
Mijn maatje.
Mijn kind.
Mijn alles.
Mijn verleden helpt hier niet bij. Dit verlies raakt ook aan oude pijn. Aan hechting, maar ook aan liefde, verlies en de pijn van alleen achterblijven. Aan wat er gebeurt wanneer iemand niet meer is. Wanneer de liefde er nog wel is, maar degene van wie je houdt niet meer naast je staat.
Misschien is dat waarom dit verlies zo diep doorwerkt.
Maar dit verdriet gaat niet alleen over mijn verleden.
Dit verdriet gaat over hem.
Over ons.
Over de liefde tussen ons. Over zijn aanwezigheid, zijn vertrouwen, zijn vrolijkheid. Over alles wat hij mij gaf en alles wat ik hem wilde blijven geven.
Hij was onderdeel van mijn leven geworden. Van mijn dagen, mijn ritme, mijn thuis. Van de stilte en de drukte. Van de gewone momenten die juist door hem bijzonder werden.
En nu is hij weg.
De stilte die daarvoor in de plaats is gekomen, is oorverdovend.
Er zijn geen pootjes meer dat ik hoor lopen. Geen koppie dat opkijkt. Geen hond die ergens in huis ligt en waarvan ik gewoon weet dat hij er is.
Er is alleen de herinnering aan hoe het was.
En het besef dat het nooit meer zo wordt.
Dat is misschien wat verlies zo meedogenloos maakt. Je kunt iemand missen en tegelijkertijd weten dat er niets is wat je kunt doen om diegene terug te krijgen. Je liefde blijft bestaan, maar je kunt er niets meer mee.
Je kunt hem alleen nog meenemen in jezelf.
Ik weet niet hoe ik verder moet zonder hem.
Misschien hoef ik dat nu ook nog niet te weten.
Voor nu mag het pijn doen.
Voor nu mag ik hem missen.
Want hij was niet zomaar mijn hond.
Hij was mijn blije ei.
Mijn maatje.
Mijn kind.
Mijn alles.
En ik heb van hem gehouden.
Ontzettend veel.
Dat doe ik nog steeds.

Plaats een reactie