Zie je mij nu wel
Je bent weg
en toch zo dichtbij.
De afstand die er vroeger was
voor mijn woorden,
voor mijn vragen,
bestaat die nog?
Ik spreek nu tegen je
zoals ik vroeger nooit kon.
Hoor je mij nu wel?
Zie je mij nu wel?
Ik groeide op zonder jou.
Tenminste, zonder de man die jij was.
Maar in mijn hoofd leefde je.
Op een troon, hoog boven alles.
Mijn vader.
Mijn verlangen.
Mijn hoop.
Niemand kon je daar vandaan halen.
Tot jij zelf verscheen.
De werelden bleken te verschillend.
Er was geen plek voor wie ik was.
Niet gehoord.
Niet gezien.
Wel mijn hoop.
Wel het beeld dat ik jarenlang had opgebouwd.
Dat nam je van mij af.
En niet alleen dat.
Je brak meer kapot
dan ik ooit onder woorden kon brengen.
Nu ben je dood.
En toch praat ik nog tegen je.
Misschien omdat een deel van mij
nog altijd wacht.
Wacht op een antwoord.
Wacht op erkenning.
Wacht op iets wat nooit kwam.
Heb je nu meer ruimte dan toen?
Zie je nu wat je niet kon zien?
Hoor je nu wat ik al die jaren probeerde te zeggen?
Of is dat mijn kleine ik
die opnieuw fantaseert?
Het kind dat bleef hopen
dat haar vader ooit zou komen.
Ik weet dat ik niet paste
in het beeld dat jij van mij had.
Maar veroordeel je mij nog steeds?
Of ben ik eindelijk vrij
van jouw verwachtingen?
Hoop en angst lopen nog altijd naast elkaar.
Dus vraag ik het opnieuw.
Nu alles voorbij is.
Nu er niets meer tussen ons staat.
Zie je mij nu wel?

Plaats een reactie