September is de maand waarin aandacht wordt gevraagd voor CPTSS. En hoewel ik die aandacht ontzettend belangrijk vind, is er één zin die ik steeds opnieuw tegenkom en die mij persoonlijk pijn doet:
‘Genezing is mogelijk.’
Ik weet dat die woorden hoop willen geven. Maar bij mij voelen ze soms bijna als een klap. Alsof er ergens een eindpunt bestaat dat ik zou kunnen bereiken als ik maar hard genoeg mijn best doe. Alsof het feit dat ik daar niet ben, betekent dat ik iets verkeerd doe. Niet genoeg werk aan mezelf. Niet genoeg loslaat. Of misschien zelfs onbewust mijn eigen genezing tegenhoud.
Terwijl ik niets liever zou willen dan genezen.
Alleen heeft het woord genezen voor mij in de loop der jaren een andere betekenis gekregen.
Genezen betekent voor mij niet dat mijn verleden op een dag geen invloed meer heeft. Het betekent niet dat alle triggers verdwijnen, dat verdriet nooit meer onverwacht binnenkomt of dat onzekerheid, boosheid, eenzaamheid en depressieve periodes voorgoed achter me liggen.
Ik weet inmiddels dat sommige kwetsbaarheden waarschijnlijk bij mij zullen blijven.
Mijn lichaam onthoudt. Mijn hoofd onthoudt. Soms reageert mijn hele systeem op iets voordat ik zelf begrijp waarom. En hoe graag ik ook zou willen dat therapie, inzicht of hard werken dat volledig kon uitwissen: zo ervaar ik mijn leven met CPTSS niet.
Voor mij betekent genezen daarom steeds meer: leren leven met wat niet helemaal geneest.
Weten waar mijn kwetsbaarheden liggen. Herkennen wanneer iets ouds wordt geraakt. Begrijpen waarom ik soms reageer zoals ik reageer. Grenzen leren voelen en bewaken. Iedere dag opnieuw zoeken naar de balans tussen wat ik wil, wat ik aankan en wat ik nodig heb.
En misschien wel het moeilijkste: leren omgaan met alles wat mij soms overvalt zonder mezelf daarna ook nog af te branden omdat het me overviel.
Niet iedere trigger zien als terugval.
Niet ieder donker moment als mislukking.
Niet iedere moeilijke periode als bewijs dat alle therapie voor niets is geweest.
Misschien zit mijn herstel juist daarin.
Niet in nooit meer vallen, maar in anders leren omgaan met de momenten waarop ik val. Niet in een leven waarin CPTSS verdwenen is, maar in een leven waarin CPTSS steeds minder bepaalt hoe ik over mezelf denk.
Ik wil niet iedere dag hoeven bewijzen hoe goed ik aan het genezen ben.
Ik wil leren leven. Zo volwaardig mogelijk. Met mooie dagen en moeilijke dagen. Met kracht én kwetsbaarheid. Met alles wat ik heb geleerd en alles wat soms nog steeds ontzettend veel pijn doet.
Dus wanneer iemand zegt: ‘Genezing is mogelijk’, vertaal ik dat voor mezelf anders:
Een zo goed mogelijk leven mét wat mij is overkomen, is mogelijk.
En voor mij is dat geen opgeven.
Dat is herstel.


Plaats een reactie