Ik denk regelmatig na over mijn leven. Niet alleen over wat er gebeurd is, maar vooral over hoe ik nu wil leven. Hoe ik mijn leven betekenisvol kan maken, binnen alles wat ik wel en niet kan. Hoe ik mezelf kan blijven uitdagen zonder mezelf voorbij te lopen. Hoe ik ruimte kan geven aan wat moeilijk is, zonder daarin te verdwijnen.
En misschien zit daar wel een van mijn grootste dagelijkse worstelingen.
Ik wil niet zwaarmoedig door het leven gaan.
Maar ik wil ook niet doen alsof het leven altijd mooi, leuk en positief is.
En precies tussen die twee lijkt bij mij regelmatig kortsluiting te ontstaan.
Ik probeer zo positief mogelijk in mijn leven te staan. Niet omdat ik vind dat je altijd positief moet zijn, maar omdat ik heel graag wil leven. Ik wil dingen meemaken, ontdekken, creëren. Ik wil schrijven, fotograferen, nieuwe dingen proberen. Ik wil niet dat mijn verleden bepaalt hoe mijn hele leven eruitziet.
Maar het leven is voor mij soms gewoon lastig.
Mijn hoofd is druk. Mijn lichaam werkt niet altijd mee. Er zijn dagen waarop triggers zo hard binnenkomen. Dagen waarop iets kleins genoeg kan zijn om van alles in beweging te zetten. En daarnaast zijn er de fysieke beperkingen waar ik iedere dag opnieuw rekening mee moet houden.
Dat betekent niet dat ik niet wil.
Het betekent dat ik niet alles kan wat ik wil.
En dat verschil is soms verdomd moeilijk.
Altijd op weg naar later
Vanaf het moment dat je klein bent, lijkt het leven eigenlijk één lange voorbereiding op later.
Je gaat naar school. Je leert. Je moet nadenken over wat je later wilt worden. Een opleiding, een baan, misschien een gezin. Je bouwt iets op.
En ergens onderweg komt daar nog een andere opdracht bij.
Je moet gelukkig zijn.
Want je leeft maar één keer.
Haal eruit wat erin zit.
Geniet.
Maak er iets van.
Op zichzelf zijn dat misschien helemaal geen verkeerde gedachten. Maar omdat het in mijn leven anders loopt, veranderen ze in een enorme druk en tegelijkertijd in een gevoel van falen.
Want wat als ik vandaag niet zoveel uit mijn leven haal als ik zou willen?
Wat als ik thuiszit?
Wat als mijn lichaam niet meewerkt?
Wat als ik een dag helemaal niets doe?
Wat als ik me gewoon even niet goed voel?
Dan voelt het in mijn hoofd al snel alsof ik iets fout doe. Alsof ik mijn leven niet goed genoeg leef.
En dat terwijl ik juist zo hard probeer om het tegenovergestelde te doen.
Ik wil niet stil blijven staan.
Ik wil vooruit.
Maar vooruitgaan betekent voor mij niet automatisch dat ik steeds meer moet doen. Soms betekent vooruitgaan ook dat ik moet leren accepteren dat mijn mogelijkheden anders zijn dan ik zou willen.
Dat vind ik misschien wel een van de moeilijkste dingen.
Ik wil niet worden wie ik vroeger zo moeilijk vond
Wanneer ik in een dip terechtkom, gebeurt er iets waar ik zelf soms van schrik.
Er komt een beeld naar voren van mijn moeder.
Als kind zag ik haar vaak verdrietig. Huilend. Overspannen. Zwaarmoedig. Het leek alsof het leven haar voortdurend overkwam en alsof er weinig ruimte was voor iets anders.
Ik weet inmiddels dat ik als kind niet alles kon begrijpen. Dat volwassenen hun eigen geschiedenis, pijn en problemen met zich meedragen. Dat er achter gedrag vaak veel meer zit dan een kind kan zien.
Maar mijn gevoel van toen is er nog steeds.
Ik wilde haar soms door elkaar schudden.
Niet omdat ik haar verdriet niet wilde zien. Ik denk juist dat ik zo graag wilde dat ze ook iets anders kon zien. Dat er naast alles wat moeilijk was ook nog iets fijns kon bestaan.
En terwijl ik als kind zo bezig was met haar verdriet, was er geen ruimte voor mijn eigen verdriet, mijn eigen ik.
Ik kon er niet zomaar zijn.
Niet met mijn gevoelens, mijn vragen, mijn angsten of mijn behoeften. Niet als een kind dat soms gewoon aandacht nodig heeft. Niet als een kind dat boos, verdrietig, bang of onzeker mocht zijn.
Er was weinig ruimte voor mijn binnenwereld.
Ik leerde daardoor al vroeg om te kijken naar wat er om mij heen gebeurde. Om aan te voelen hoe het met een ander ging. Om mezelf aan te passen aan de situatie.
Misschien deed ik soms gek of probeerde ik haar aan het lachen te maken, maar dat was niet de kern.
De kern was dat ik er zelf niet gewoon mocht zijn.
Ik was er wel.
Maar er was geen ruimte voor míj.
En dat verschil is groot.
Bij mijn vader was het anders, maar opnieuw was er geen ruimte
Toen ik later contact kreeg met mijn biologische vader, dacht ik misschien ergens dat het anders zou zijn.
Maar ook daar liep ik tegen iets aan wat mij diep raakte.
Ook daar voelde ik veel spanning en hardheid.
Het was absoluut niet zo dat iedereen daar vrolijk en zorgeloos door het leven liep. Integendeel. Er hing juist veel spanning omheen. Zorgen, onuitgesproken dingen, een sfeer die ik als kind of jongere wel degelijk voelde.
Alleen werd het niet uitgesproken en misschien maakte dat het voor mij juist zo ingewikkeld.
Want als je voelt dat er van alles speelt, maar niemand benoemt het, ga je zelf zoeken naar wat er aan de hand is.
En ondertussen was er voor mijn eigen moeilijkheden geen ruimte.
Ik mocht niet vertellen wat ik lastig vond. Mijn zorgen mochten er niet zijn. Mijn verdriet mocht er niet zijn.
De dingen waar ik in mijn eigen leven tegenaan liep, en dat was genoeg, mochten blijkbaar geen ruimte innemen.
Daar moest ik positief zijn!
Doorgaan.
Niet stilstaan bij wat moeilijk was. En juist daar voelde ik me opnieuw niet gezien.
Alsof mijn werkelijkheid er niet mocht zijn.
Alsof er alleen ruimte was voor een versie van mij die geen problemen had.
En als ik wel probeerde te laten zien wie ik was, werd ik figuurlijk neergeslagen.
Mijn zijn kon daar niet bestaan.
Bij allebei was er geen plek voor mij
Als ik er nu naar kijk, zie ik vooral hoe verschillend de omstandigheden waren, maar hoe hetzelfde mijn ervaring uiteindelijk was.
Bij mijn moeder was er geen ruimte voor mij, omdat haar eigen verdriet, zwaarte en strijd zo aanwezig waren.
Bij mijn vader was er geen ruimte voor mij, omdat wat moeilijk was juist niet uitgesproken mocht worden.
Twee totaal verschillende werelden.
Maar in geen van beide kon ik volledig mezelf zijn.
Bij geen van beiden was er echt ruimte voor een kind dat gewoon mocht zeggen:
Ik vind dit moeilijk.
Ik ben bang.
Ik ben verdrietig.
Ik snap het niet.
Ik heb je nodig.
Ik ben boos.
Ik wil even aandacht.
Ik wil gewoon mezelf zijn.
Dat klinkt misschien zo eenvoudig, maar juist dat heb ik gemist.
En precies dat, de gevolgen van wat was, de overtuiging die naar binnen is geslopen, is nog steeds mijn grootste uitdaging vandaag.
Want ergens onderweg heb ik geleerd dat er iets mis is met mijn gevoelens, met mijn zijn.
Dat ik moet opletten hoeveel ruimte ik inneem.
Dat ik anderen niet te veel moet belasten met wat er in mij gebeurt.
En tegelijkertijd ben ik nu volwassen en wil ik juist zo graag leren dat ik er wél mag zijn.
Met alles.
Ook met de moeilijke kanten.
Misschien is dat waarom dit zo ingewikkeld is
Misschien is dat ook waarom ik zo’n ingewikkelde relatie heb met de zwaarte van mijn leven.
Ik wil niet worden zoals mijn moeder.
Ik wil niet voortdurend verdrietig zijn, niet steeds kijken naar wat er niet goed gaat en niet het gevoel hebben dat het leven alleen maar zwaar is.
Maar ik wil ook nooit meer in de situatie terechtkomen waarin mijn moeilijkheden niet mogen bestaan.
Ik wil niet doen alsof alles goed gaat wanneer dat niet zo is.
En dus probeer ik ergens die middenweg te vinden.
Maar die middenweg voelt soms ontzettend smal.
Want wanneer ben ik gewoon even verdrietig?
En wanneer zak ik weg?
Wanneer geef ik mezelf rust?
En wanneer geef ik eigenlijk op?
Wanneer accepteer ik mijn grenzen?
En wanneer maak ik mijn wereld onnodig klein?
Dat zijn vragen waar ik niet iedere dag een antwoord op heb.
Ik ben afgekeurd, maar ik ben niet opgegeven
Ik werk niet.
Ik ben afgekeurd.
Maar dat betekent niet dat ik niets kan.
Het betekent dat mijn mogelijkheden beperkt zijn. Dat ik fysiek en mentaal niet alles aankan. Dat ik iedere dag opnieuw moet zoeken naar wat wel kan en hoeveel daarvan kan.
En dat is ingewikkeld als je nog zoveel wilt.
Ik blijf mezelf uitdagen.
Nieuwe activiteiten. Nieuwe ideeën. Nieuwe dingen leren. Schrijven. Fotografie. Naar buiten. Iets ondernemen.
Omdat ik niet wil opgeven, en soms ga ik daarin te ver.
Dan denk ik dat ik iets wel kan. En misschien kan ik het op dat moment ook, maar daarna komt de rekening.
Dan ben ik moe. Overprikkeld. Mijn lichaam protesteert. Mijn hoofd loopt vast.
En dan moet ik weer een stap terug doen.
Als ik mezelf helemaal niet meer uitdaag, wordt mijn wereld kleiner.
Maar als ik mezelf te veel uitdaag, kan mijn wereld óók kleiner worden omdat ik daarna moet herstellen.
Dus zoek ik iedere keer opnieuw.
Hoeveel kan ik vandaag?
Wat wil ik?
Wat heb ik nodig?
En misschien nog belangrijker:
Wanneer moet ik stoppen voordat mijn lichaam dat voor mij doet?
Ik wil niet verdrietig door het leven
Hier zit het stuk waarin ik nog kan leren, kan groeien. Ik hoef namelijk niet te kiezen tussen zwaarmoedig zijn en altijd positief zijn.
Er is nog iets daartussen.
Ik mag een moeilijke dag hebben en toch van mijn leven houden.
Ik mag verdrietig zijn zonder dat ik een verdrietig mens ben.
Ik mag ergens enorm van balen zonder dat ik daarmee negatief in het leven sta.
Ik mag zeggen dat iets gewoon ontzettend moeilijk is.
En daarna kan ik weer lachen.
Ik kan vandaag weinig kunnen en morgen toch iets nieuws proberen.
Ik kan huilen en daarna een mooie foto maken.
Ik kan een slechte dag hebben en toch genieten van iets kleins.
Het ene maakt het andere niet minder waar.
Misschien hoef ik mijn verdriet niet weg te duwen om niet op mijn moeder te lijken.
En misschien hoef ik mijn moeilijkheden ook niet te verbergen om niet opnieuw dat gevoel te krijgen dat ik bij mijn vader had.
Ik mag er zijn.
Ook als ik het even niet weet.
Ook als ik moe ben.
Ook als ik huil.
Ook als ik baal.
Ook als ik een dag niets voor elkaar krijg.
Mijn bestaan is niet afhankelijk van hoe positief, vrolijk, productief of sterk ik ben.
Ik ben er.
Met mijn geschiedenis.
Met mijn beperkingen.
Met mijn dromen.
Met mijn verdriet.
Met mijn humor.
Met mijn nieuwsgierigheid.
Met mijn verlangen om iets van mijn leven te maken.
Ik wil niet verdrietig door het leven gaan.
Dat meen ik echt.
Maar misschien hoef ik ook niet voortdurend vrolijk te zijn om te bewijzen dat ik dat niet doe.
Misschien mag ik gewoon eerlijk zijn.
Dit is soms mijn leven.
Soms is het zwaar.
Soms is het mooi.
Soms is het allebei op dezelfde dag.
En misschien is dat wel waar ik naartoe wil.
Niet naar een leven zonder verdriet.
Niet naar een leven waarin ik alles aankan.
Maar naar een leven waarin er eindelijk ruimte is voor mij.
Voor alles wat ik ben.
Zonder dat ik mezelf hoef weg te maken voor een ander.
En zonder dat ik mezelf hoef te veranderen om te mogen bestaan.

Plaats een reactie