Waarom ik ben gaan schrijven
Mensen vragen mij weleens waarom ik mijn boek Wanneer mijn zwijgen breekt heb geschreven.
Dat is misschien wel een moeilijkere vraag dan vertellen waar het boek over gaat.
Want het korte antwoord zou kunnen zijn dat ik ben gaan schrijven over mijn jeugd. Over emotionele mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik. Maar als het alleen daarom ging, was dit boek waarschijnlijk nooit ontstaan.
Wat er gebeurd is, ligt immers in het verleden.
Of tenminste, dat is wat ik jarenlang dacht.
Ik heb lang gezwegen. Misschien omdat ik niet wist hoe ik onder woorden moest brengen wat er gebeurd was. Misschien omdat ik zelf niet eens zeker wist of mijn herinneringen wel mochten bestaan. Of omdat ik had geleerd dat loyaliteit belangrijker was dan mijn eigen waarheid.
Zwijgen voelde lange tijd veiliger.
Niet praten betekende dat ik niemand hoefde teleur te stellen. Dat ik geen uitleg hoefde te geven. Dat ik niet hoefde te zien hoe mensen reageerden wanneer ik eindelijk vertelde wat er achter de voordeur was gebeurd.
Dus ik ging verder.
Of tenminste, dat probeerde ik.
Want trauma blijft niet altijd achter op de plek waar het is ontstaan. Het reist met je mee.
Mijn jeugd lag achter mij, maar de gevolgen niet.
Ik nam ze mee naar de volgende dag, naar school, naar mijn werk, naar vriendschappen en liefdes. Naar iedere ruimte waar andere mensen waren.
Zonder dat ik het altijd begreep, bleef ik doen wat ik vroeger had geleerd.
Opletten.
De sfeer peilen.
Conflicten proberen te voorkomen.
Me aanpassen aan wat anderen nodig hadden.
Jezelf wegcijferen.
Altijd klaarstaan voor een ander en ondertussen steeds minder goed weten wat je zelf eigenlijk nodig hebt.
Als kind leerde ik niet wie ik was.
Ik leerde vooral wie ik moest zijn om te kunnen overleven.
En misschien was dat wel het moment waarop ik mezelf langzaam begon kwijt te raken.
Want je wordt niet geboren met een hekel aan jezelf.
Geen enkel kind wordt geboren met de overtuiging dat het lastig is, te gevoelig, niet goed genoeg of niets waard.
Dat leer je.
Niet in één dag en ook niet door één gebeurtenis. Het ontstaat door honderden, misschien wel duizenden momenten waarop je bewust of onbewust dezelfde boodschap krijgt.
Door woorden.
Door blikken.
Door afwijzing.
Door stilte.
Door niet gezien te worden.
Door steeds opnieuw te voelen dat jouw gevoelens minder belangrijk lijken dan die van anderen.
Langzaam worden die boodschappen jouw waarheid.
Op een gegeven moment hoef je ze niet meer van iemand anders te horen. Je vertelt ze uiteindelijk zelf aan jezelf.
En misschien is dat wel de diepste wond die trauma achterlaat.
Niet alleen de herinneringen aan wat er gebeurd is, maar het beeld dat je van jezelf bent gaan geloven.
Ik was jarenlang dat meisje dat dacht dat zij degene was die fout was. Dat meisje dat leerde zwijgen en zich aanpassen. Dat meisje dat steeds meer overtuigd raakte van het idee dat zij niets waard was.
En ik werd een vrouw die die overtuigingen met zich meenam.
Een vrouw die bleef doorgaan terwijl alles in haar soms schreeuwde dat het niet meer ging. Die voortdurend op haar hoede was. Die zichzelf wegcijferde, bevestiging zocht en die tegelijkertijd nauwelijks kon geloven wanneer iemand iets positiefs over haar zei.
Ik begreep lange tijd niet waarom.
Waarom voelde ik mij zo anders?
Waarom bleef ik mezelf aanpassen?
Waarom was een afwijzing soms genoeg om het gevoel te hebben dat de grond onder mij verdween?
Waarom kon ik mezelf soms zo haten, zonder precies te weten waar dat gevoel ooit begonnen was?
Pas tijdens mijn zoektocht naar antwoorden begon er langzaam iets te veranderen.
Therapieën brachten soms hoop en soms vooral nieuwe vragen. Diagnoses gaven uiteindelijk woorden aan gevoelens en reacties die ik al mijn hele leven met me meedroeg. Langzaam begon ik te begrijpen dat veel van wat ik jarenlang als een persoonlijk tekort had gezien, ooit een manier was geweest om te overleven.
Dat veranderde het verleden niet.
Het maakte niet ongedaan wat er gebeurd was.
Maar er veranderde wel iets in de manier waarop ik naar mezelf begon te kijken.
Voorzichtig begon ik te begrijpen dat ik misschien nooit het probleem was geweest.
Dat het meisje dat zichzelf jarenlang waardeloos had gevonden, ooit gewoon een kind was geweest dat probeerde te overleven in een wereld die voor haar niet veilig voelde.
En ergens in dat proces ontstond ook het schrijven.
Niet omdat ik op een dag besloot dat ik mijn levensverhaal eens op papier wilde zetten.
Het schrijven ontstond vanuit een behoefte om te begrijpen.
Om woorden te geven aan dingen die jarenlang vooral gevoelens waren geweest. Aan herinneringen die zich niet altijd netjes lieten ordenen. Aan gebeurtenissen waarover ik had gezwegen, maar die ondertussen nog steeds invloed hadden op hoe ik naar mezelf, anderen en de wereld keek.
Hoe meer ik schreef, hoe duidelijker het werd dat mijn verhaal niet alleen ging over wat er vroeger was gebeurd.
Het ging over alles wat daarna kwam.
Over de gevolgen die je niet altijd ziet.
Over dissociatie en angst.
Over therapieën en diagnoses.
Over de strijd tussen willen en kunnen.
Over een lichaam dat herinneringen blijft dragen, ook wanneer je hoofd zo graag verder wil.
Maar schrijven betekende ook dat ik iets moest doen wat ik jarenlang moeilijk had gevonden.
Ruimte innemen voor mijn eigen verhaal.
Want spreken over wat er gebeurd is, betekent ook dat je geconfronteerd wordt met de reacties van anderen. Met mensen die misschien twijfelen, het bagatelliseren of zich vooral afvragen waarom je er nu nog over praat.
En soms begint de twijfel al bij één zin.
“Maar het is toch je moeder.”
Want hoe kies je voor jezelf zonder het gevoel te hebben dat je daarmee iemand anders pijn doet?
Hoe vertel je jouw waarheid wanneer je jarenlang hebt geleerd dat loyaliteit belangrijker is dan wat jij zelf hebt meegemaakt?
En waarom lijkt de aandacht soms vooral te verschuiven naar degene die eindelijk iets zegt, in plaats van naar wat er überhaupt gebeurd is?
Dat zijn vragen waar ik lange tijd mee heb geworsteld.
Misschien is dat ook waarom het zo lang duurde voordat ik mijn verhaal werkelijk durfde te vertellen.
Want zwijgen beschermde mij.
Of misschien dacht ik vooral dat het mij beschermde.
In werkelijkheid hield het mij ook gevangen.
Gevangen in schaamte.
In twijfel.
In het idee dat ik eerst toestemming nodig had voordat mijn verhaal verteld mocht worden.
Het schrijven van Wanneer mijn zwijgen breekt was daarom geen afrekening.
Ik schreef het niet om iemand te straffen.
Ik schreef het omdat ik niet langer wilde doen alsof wat er gebeurd is geen gevolgen heeft gehad.
Omdat ik langzaam begon te begrijpen dat zwijgen het verleden niet ongedaan maakt.
En omdat ik tijdens mijn eigen zoektocht ontdekte hoeveel mensen in stilte met dezelfde vragen rondlopen.
Mensen die misschien niet hetzelfde hebben meegemaakt, maar wel herkennen hoe het voelt om altijd op je hoede te zijn. Om jezelf voortdurend aan te passen. Om te zoeken naar bevestiging en die tegelijkertijd niet te kunnen geloven.
Mensen die zichzelf kleiner maken om niet tot last te zijn en die misschien, net als ik, niet begrijpen waarom het zoveel energie kost om iedere dag weer overeind te blijven.
Mijn verhaal is niet uniek.
En misschien is dat precies waarom ik het uiteindelijk wilde vertellen.
Niet omdat onze levens hetzelfde zijn, maar omdat trauma vele gezichten kent. De gebeurtenissen kunnen verschillen, terwijl de gevolgen soms verrassend veel op elkaar lijken.
Misschien herkent iemand zichzelf niet in mijn jeugd, maar wel in het gevoel nooit goed genoeg te zijn.
In het voortdurend aanpassen.
In de angst om afgewezen te worden.
In het altijd zorgen voor anderen en nauwelijks weten wat je zelf nodig hebt.
Of in de vraag waarom je jezelf soms zo kunt haten, terwijl je niet eens meer weet waar dat gevoel ooit begonnen is.
Als mijn verhaal iets kan doen, dan hoop ik dat het misschien daar begint.
Bij herkenning.
Bij het besef dat je niet de enige bent.
Dat er soms een reden is waarom je reageert zoals je reageert. Dat wat je jarenlang hebt gezien als zwakte of een tekortkoming, misschien ooit een manier was om te overleven.
Ik denk dat dat uiteindelijk de reden is waarom ik ben gaan schrijven.
Om woorden te geven aan wat zo lang onzichtbaar is gebleven.
Om te proberen te begrijpen wat jarenlang vooral verwarrend was.
Maar misschien vooral omdat ik niet langer wilde zwijgen over een verhaal dat mij mijn hele leven heeft gevormd.
Niet omdat ik nu alle antwoorden heb.
Niet omdat ik klaar ben met zoeken.
Maar omdat mijn verhaal er mag zijn.
Ook zonder toestemming.
Ook wanneer niet iedereen het begrijpt.
Ook wanneer zwijgen soms nog steeds veiliger voelt.
Wanneer mijn zwijgen breekt is uiteindelijk meer geworden dan een boek over mijn verleden.
Het is het moment waarop ik voorzichtig ben begonnen ruimte in te nemen voor mijn eigen verhaal.
En misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom ik ben gaan schrijven.
Niet om het verleden opnieuw te beleven.
Maar om eindelijk te erkennen dat het gebeurd is.
Dat het gevolgen heeft gehad.
En dat ik daar niet langer over hoef te zwijgen.
Geraakt door dit verhaal? Ontvang nieuwe verhalen en gedachten direct in je inbox, rustig en in je eigen tempo.

Plaats een reactie